Translate

Use Google to translate this website. We take no responsibility for the accuracy of the translation.

Wat is permanente bewoning van recreatiewoningen?

Recreatiewoningen zijn bedoeld om in te recreëren. Recreatie is iets anders dan wonen. Als u woont in een recreatiewoning dan noemen we dat permanente bewoning. Het permanent wonen in een recreatiewoning is in onze gemeente niet toegestaan. 

Er is sprake van permanente bewoning als u uw hoofdverblijf hebt in een recreatiewoning. Uw hoofdverblijf is de plek waar u feitelijk woont. Als vuistregel hanteren wij dat dat het adres is waar u over een periode van een half jaar gezien de meeste nachtrust geniet. Op dat adres moet u volgens de wet in het bevolkingsregister staan ingeschreven. Naast het adres van inschrijving zijn er diverse andere aanwijzingen die een rol kunnen spelen bij de vraag waar iemand woont. Denk daarbij aan bijvoorbeeld:

  • de belastingaangifte (onderdeel eigen woning)
  • het waterverbruik
  • naar welke school de kinderen gaan
  • de huisarts
  • waarnemingen van onze toezichthouders

Het is dus ook bepalend waar het maatschappelijk en sociale leven van betrokkenen zich in hoofdzaak afspeelt.

Permanente of onrechtmatige bewoning

Het doet er niet toe of u kort of lang in de recreatiewoning woont. De veelgebruikte term ‘permanente bewoning’ is daarom eigenlijk nogal verwarrend. Ook als u maar een paar weken in de recreatiewoning woont, bijvoorbeeld in afwachting van een nieuwe woning, is dat niet toegestaan. U hebt namelijk geen ander hoofdverblijf in die weken. Daarom wordt ook wel gesproken van ‘onrechtmatige bewoning’.

Er zijn situaties denkbaar dat u veel (zelfs het grootste deel van de tijd) ergens anders verblijft, bijvoorbeeld omdat u in het buitenland werkt. Ook in die gevallen kan het zijn dat de recreatiewoning uw hoofdverblijf is, omdat dat de enige plek is waar u een vast adres hebt en steeds terugkeert.

Nee, u mag in onze gemeente niet wonen in een recreatiewoning. Het doet er niet toe of dat voor een korte of een lange periode is. Dit geldt ook voor stacaravans, trekkershutten en kampeermiddelen. De gemeente treedt altijd op tegen permanente bewoning van recreatiewoningen.

Onze toezichthouders voeren controles uit op de permanente bewoning van recreatiewoningen. Dit zijn wij verplicht. Dat gebeurt elke week bij diverse recreatiewoningen. Vaak gebeurt dat gericht, om een lopende handhavingsprocedure te ondersteunen. Maar er worden ook willekeurig controles uitgevoerd, om te onderzoeken of er ergens sprake is van permanente bewoning. 

De toezichthouders zijn bevoegd om de controles uit te voeren en mogen daarvoor ook particuliere percelen betreden. Alleen voor het binnentreden in een woning hebben zij een machtiging nodig. Onze toezichthouders kunnen zich legitimeren.

Zodra wij aan de hand van de controleresultaten – eventueel in combinatie met andere feiten en omstandigheden – een vermoeden van permanente bewoning hebben, treden wij daar tegen op.

Een handhavingscontrole kan uiteindelijk leiden tot het opleggen van een last onder dwangsom. Als de permanente bewoning niet tijdig wordt beëindigd, is per maand dat de permanente bewoning voortduurt een dwangsom verschuldigd. In het uiterste geval wordt bestuursdwang uitgeoefend. Dat betekent dat het vertrek uit de recreatiewoning wordt afgedwongen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als er bijzondere omstandigheden zijn, kunnen wij (tijdelijk) van handhaving afzien.

Handhaving kan gericht zijn op de bewoners, maar ook op de eigenaar. 

Voor een beperkt aantal mensen geldt een speciale regeling, namelijk het persoonsgebonden overgangsrecht. Dit is in de jaren ’90 toegekend aan mensen die destijds konden aantonen dat ze al voor het nieuwe bestemmingsplan van kracht werd in een recreatiewoning woonden. Daarom zijn deze situaties altijd al bekend bij degenen die het betreft.

De mensen aan wie dit overgangsrecht is toegekend, mogen wel in een bepaalde recreatiewoning wonen. De adressen waarvoor het overgangsrecht geldt, zijn opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied. 
Het overgangsrecht vervalt zodra een bewoner aan wie het is toegekend uit de recreatiewoning vertrekt. Daarna mag de recreatiewoning alleen nog maar voor recreatief verblijf worden gebruikt, net als de andere recreatiewoningen. Inmiddels is het aantal adressen waarvoor het overgangsrecht geldt, gedaald tot minder dan 30.

Beperking omgevingsvergunning

Als een recreatiewoning wordt bewoond, kunnen wij op dat perceel geen omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld een verbouwing of aanbouw verlenen. De bewoning is namelijk in strijd met het bestemmingsplan en dat is een weigeringsgrond voor de omgevingsvergunning.

Overtredingen van bestemmingsplanregels vallen onder de werkingssfeer van de Wet op de economische delicten. Dit betekent dat overtredingen kunnen worden gestraft met een gevangenisstraf of een geldboete.

Er zijn meerdere redenen waarom wij permanente bewoning van recreatiewoningen niet toestaan:

  • Recreatiewoningen moeten beschikbaar blijven voor recreatief verblijf voor een breed publiek. Als zij permanent worden bewoond, zijn er daardoor minder woningen voor recreatie beschikbaar en ontstaat er meer behoefte aan nieuwe recreatiewoningen. Dat kan verdere verstening van het buitengebied tot gevolg hebben.
  • Ook verandert het karakter van een gebied als recreatiewoningen mogen worden gebruikt voor bewoning. Dat kan de recreatieve waarden aantasten.
  • Bovendien zijn recreatiewoningen niet gebouwd voor permanente bewoning. Voor recreatiewoningen gelden lichtere bouwtechnische eisen dan voor reguliere woningen (denk aan isolatie-eisen). Een reguliere woning kent meer (omgevingsvergunningsvrije) bouwmogelijkheden, wat ook tot meer verstening kan leiden.

In onze gemeente bestaat al sinds 1993 (Holten) en 1997 (Rijssen) duidelijkheid over de status van recreatiewoningen. Sinds die tijd treden wij streng op tegen permanente bewoning. Sinds enige tijd zijn er landelijk en door de provincie Overijssel regels gemaakt die gemeenten mogelijkheden geeft om duidelijkheid te geven in situaties waarin die duidelijkheid nog ontbreekt (het verlenen van een persoonsgebonden omgevingsvergunning of het wijzigen van de bestemming). Aan deze regels zijn wel voorwaarden verbonden, waardoor de mogelijkheden beperkt zijn. Bovendien bestaat in onze gemeente al meer dan 20 jaar de gewenste duidelijkheid: permanente bewoning is niet toegestaan. Daarom verlenen wij geen medewerking aan deze mogelijkheden.

De Wet Basisregistratie Personen geeft aan wanneer u verplicht bent u in te schrijven op een bepaald adres.

Als u zich laat inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP) van onze gemeente op het adres van een recreatiewoning, is dat voor ons een belangrijk signaal dat dat adres uw werkelijke woonadres is en dat er sprake is van permanente bewoning. Het maakt niet uit hoe lang u ingeschreven staat op het adres van de recreatiewoning.

Wij kunnen uw inschrijving in de BRP op het adres van een recreatiewoning niet weigeren. Toch betekent de inschrijving niet dat wij de instemmen met de bewoning. U handelt namelijk wel in strijd met het bestemmingsplan. Daarom kunt u erop rekenen dat er na uw inschrijving altijd een handhavingstraject volgt.

Staat u niet ingeschreven op het adres van de recreatiewoning? Dan kan het nog steeds wel zijn dat er sprake is van permanente bewoning. Uiteindelijk is uw werkelijke woonsituatie bepalend.

Het bestemmingsplan geeft aan of er sprake is van een recreatiewoning, een reguliere woning of een andere bestemming. U kunt alle bestemmingsplannen digitaal inzien via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl.

De recreatiewoningen in de gemeente Rijssen-Holten staan binnen verschillende bestemmingsplannen en hebben de bestemming Recreatie – Verblijfsrecreatie of Recreatie – Recreatiewoning. In de regels van de bestemmingsplannen is bepaald dat permanente bewoning van een recreatiewoning niet is toegestaan.

Onder recreatiewoning verstaat het bestemmingsplan een gebouw dat periodiek dient voor recreatief (nacht)verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben. Recreatieve bewoning is bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie.

Deze omschrijving maakt duidelijk dat mensen die recreatief in een recreatiewoning verblijven, ergens anders hun hoofdverblijf moeten hebben. Voor het hoofdverblijf is een brief- of postbusadres of een andere ‘papieren’ constructie niet voldoende. De feitelijke woonsituatie is bepalend.

De gemeente voert een beleid dat erop is gericht dat binnen enkele jaren geen mensen meer onrechtmatig in een recreatiewoning wonen.

Zodra wij constateren dat iemand in een recreatiewoning woont, schrijven wij de bewoner(s) aan de bewoning te beëindigen en beëindigd te houden. Dit gebeurt in drie stappen:

  1. Wij sturen een brief, waarin we een eerste datum stellen om de bewoning te beëindigen. We leggen uit dat de handhaving is gestart en hoe de procedure verloopt. Ook leggen we uit dat in bepaalde gevallen maatwerk mogelijk is.
  2. Na afloop van de gestelde termijn bekijken we de situatie opnieuw. Als de permanente bewoning nog niet is beëindigd, volgt de tweede brief met een nieuwe termijn. In die brief staat ook een voorwaarschuwing voor een last onder dwangsom. Daarin geven we de mogelijkheid een zienswijze kenbaar te maken. De zienswijze betrekken we bij het definitieve besluit (stap 3).
  3. Als de bewoning ook na afloop van de tweede termijn nog voortduurt, leggen wij een last onder dwangsom op. Daarin staat een definitieve termijn. Als de bewoning na afloop van die laatste termijn nog steeds niet is beëindigd, verbeuren we dwangsommen. Die bedragen normaal gesproken € 2.000,- per maand dat de permanente bewoning voortduurt, met een maximum van € 50.000,-. Het is dus wel belangrijk dat het niet zover komt. De last onder dwangsom is een besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat.

Als vuistregel hanteren wij dat de drie stappen van het handhavingstraject ongeveer een half jaar in beslag nemen. Bij een herhaalde overtreding slaan we stap 1 over en hanteren we kortere termijnen.

Betaling verbeurde dwangsommen

Het is wettelijk verplicht verbeurde dwangsommen binnen een termijn van zes weken te betalen. Als niet tijdig aan de betalingsverplichting wordt voldaan, versturen wij na afloop van die termijn een invorderingsbesluit. Als ook dan nog niet wordt betaald, vindt invordering van het verschuldigde bedrag plaats met een dwangbevel. Tegen de invorderingsbeschikking staat bezwaar en beroep open. Het besluit over de dwangsom kan dan niet meer ter discussie worden gesteld.

Bestuursdwang

Als de permanente bewoning ook na het verbeuren van alle dwangsommen nog voortduurt, wordt bestuursdwang toegepast. Dat houdt in dat het vertrek uit de recreatiewoning wordt afgedwongen. Ook is het mogelijk dat dan een hoge dwangsom ineens wordt opgelegd. De procedures zijn vergelijkbaar met stap twee en drie van de last onder dwangsom.

U kunt een handhavingsprocedure alleen voorkomen of laten stoppen door de permanente bewoning te beëindigen. Daarvoor is het nodig dat u werkelijk op een ander adres gaat wonen. Alleen een inschrijving op een ander adres is niet voldoende. Zodra wij hebben geconstateerd dat er sprake is van permanente bewoning, beëindigen we de handhaving pas als er zekerheid bestaat over het nieuwe woonadres. Soms moet dat uit controles blijken, maar u kunt het ook met bewijsstukken aantonen. Als u ons bijvoorbeeld een kopie van een huur- of koopovereenkomst toestuurt van uw nieuwe woning, kan dat de beëindiging van de procedure versnellen. Natuurlijk moet de inschrijving in de Basisregistratie Personen ook kloppen met de nieuwe (werkelijke) woonsituatie.

Het bestemmingsplan staat ook het laten gebruiken van een recreatiewoning voor permanente bewoning niet toe. Daarom kunnen wij ook degene die de recreatiewoning voor permanente bewoning beschikbaar stelt, zoals de eigenaar, een last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen.

Normaal gesproken richten wij ons met de handhaving eerst op de bewoner(s) van een recreatiewoning. Dat heeft als voordeel dat wij rekening kunnen houden met de persoonlijke omstandigheden van die bewoner(s). Er zijn dan nog geen consequenties voor de eigenaar. De eigenaar ontvangt alleen een afschrift van de eerste brief aan de bewoner(s) van de recreatiewoning, zodat bekend is dat een handhavingsprocedure is gestart. Van het vervolg van de procedure tegen de bewoner(s) ontvangt de eigenaar geen afschriften.

In bepaalde gevallen starten wij ook een handhavingsprocedure tegen de eigenaar. Voorbeelden zijn:

  • Als blijkt dat de procedure tegen een bewoner geen of niet snel genoeg resultaat oplevert.
  • Als de eigenaar zijn recreatiewoning regelmatig of langdurig voor permanente bewoning beschikbaar stelt.

De handhavingsprocedure tegen een eigenaar begint gewoonlijk met stap 2 van het handhavingstraject. De eigenaar ontvangt een voorwaarschuwing, waarbij wij hem in de gelegenheid stellen een zienswijze in te dienen. Vanaf dat moment is de procedure min of meer gelijk aan de procedure tegen een bewoner. 

Een handhavingsprocedure tegen de eigenaar heeft natuurlijk ook consequenties voor de bewoners van een recreatiewoning. De eigenaar/verhuurder heeft daarin een eigen verantwoordelijkheid.

Voorkom narigheid

Wij raden eigenaren en gebruikers van een recreatiewoning dringend aan eventuele huurders of opvolgende bewoners te wijzen op het verbod de recreatiewoning te bewonen. Dit is niet alleen in het belang van eventuele toekomstige bewoners, maar ook in het belang van de eigenaren, huurders en gebruikers zelf. Als u onjuiste of onvolledige informatie verstrekt over het bewonen van uw recreatiewoning kunnen toekomstige bewoners u zelfs aansprakelijk stellen voor eventuele financiële schade.

Het doel van de handhaving is het beëindigen van de onrechtmatige bewoning. Als het mogelijk is, proberen wij daarbij rekening te houden met uw persoonlijke situatie. Bijvoorbeeld door uitstel te verlenen. Dat kan echter niet onbeperkt en van uitstel kan zeker geen afstel komen. Ook maatwerk is dus gericht op zo spoedig mogelijke beëindiging van de permanente bewoning.

Maatwerk in tijdelijke situaties

Het kan zijn dat de recreatiewoning door omstandigheden slechts tijdelijk wordt bewoond. Bijvoorbeeld omdat u in afwachting bent van een andere woning. Zeker in dat geval is het van belang dat u ons zo snel mogelijk informeert over uw situatie. Dat kan telefonisch, maar ook in een persoonlijk gesprek. Als u aan enkele voorwaarden voldoet, kunnen wij voor een beperkte periode de handhaving uitstellen. U kunt op elk moment in de procedure uitstel vragen. In veel gevallen blijkt dit uitstel al voldoende te zijn om verdere stappen te voorkomen. Deze voorwaarden zijn de volgende:

  • Er moet aantoonbaar een vaste einddatum bekend zijn;
  • Deze einddatum mag niet meer dan 6 maanden in de toekomst liggen.

De einddatum kunt u aantonen door bijvoorbeeld een huurcontract of koop-/aannemingsovereenkomst van uw nieuwe woning te overleggen. In ieder geval is het noodzakelijk dat uit stukken zonder twijfel blijkt wat de einddatum is. Een kopie van een tijdelijk huurcontract van de recreatiewoning is niet voldoende, omdat die termijn gemakkelijk kan worden verlengd.

Als u aan de voorwaarden voldoet, ontvangt u een brief waarin we aangeven dat we de handhaving tot een bepaalde datum uitstellen. Zodra u verhuisd bent, laat u zich op het adres van de nieuwe woning in de BRP inschrijven. Alleen als na afloop van de termijn blijkt dat u nog steeds in de recreatiewoning woont, pakken we de procedure weer op. Dat gebeurt natuurlijk ook als tussentijds blijkt dat u niet meer aan de voorwaarden voldoet.

Maatwerk bij ingrijpende gevolgen

De handhaving van permanente bewoning kan in bepaalde gevallen ingrijpende gevolgen hebben. Zo kunnen er bijvoorbeeld ernstige financiële problemen ontstaan als er geen kopers voor de recreatiewoning gevonden worden en u de bewoning toch moet beëindigen.

Aan de ene kant moeten met de keuze om een recreatiewoning permanent te bewonen ook de consequenties daarvan worden aanvaard. De financiële situatie van mensen vormt volgens vaste rechtspraak geen reden om van handhaving af te zien. Ook de sociaal-maatschappelijke of gezondheidssituatie van een bewoner kan alleen in zeer uitzonderlijke gevallen een rol spelen. Aan de andere kant zijn wij van mening dat het doel van de handhaving voorop staat. In de procedure is er ruimte voor maatwerk. Als een ruimere termijn ernstige (financiële) gevolgen voor mensen kan voorkomen, kan dat aanleiding geven de termijn te verlengen. Dit wegen wij steeds per individueel geval zorgvuldig af. Ook in deze situaties kan van uitstel geen afstel komen en kan niet onbeperkt worden verlengd. Gestreefd wordt naar beëindiging van de permanente bewoning binnen 1 jaar.

Wij hebben beleid vastgesteld over de wijze waarop en onder welke voorwaarden we medewerking verlenen aan verlenging van de termijn. Belangrijk is dat we van betrokkenen een actieve en meewerkende opstelling verwachten en dat zij aantoonbaar tot het uiterste gaan om de permanente bewoning zo snel mogelijk te beëindigen. Er wordt pas verlengd als er een definitieve last onder dwangsom is opgelegd. Eigenlijk wordt de termijn die aan de last onder dwangsom is verbonden dus verlengd. Verlenging is mogelijk met een termijn van maximaal 6 maanden. Daarna moeten wij de situatie opnieuw bekijken om opnieuw voor verlenging in aanmerking te komen.

Wij moeten een aanvraag voor verlenging tenminste 6 weken voor afloop van de termijn hebben ontvangen, zodat een zorgvuldige afweging mogelijk is. Tegen het besluit om de termijn te verlengen staat bezwaar en beroep open. Het oorspronkelijke dwangsombesluit staat daarbij niet meer ter discussie.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met de juridische medewerkers van team Ruimte | Toezicht en Ondersteuning via t (0548) 854 600.